3 oktober 2015 Thomas Beijer, piano

ThomasBeijer
THOMAS BEIJER

Thomas Beijer (1988) is een jonge pianist en componist die wordt geprezen om zijn excellente techniek en artistieke integriteit. In zijn composities en gepassioneerde spel komt een helder en diepgaand muzikaal inzicht tot uiting.
Thomas studeerde bij Jan Wijn aan het Conservatorium van Amsterdam en volgde masterclasses bij onder anderen Jorge Luis Prats, Emanuel Ax, Menahem Pressler en Murray Perahia. In 2011 sloot hij zijn masterstudie af met de hoogste onderscheiding. Met het winnen van het Nationaal Pianoconcours van de YPF (Young Pianist Foundation) in 2007 plaatste hij zich aan de top van een nieuwe generatie jonge pianisten in Nederland. De internationale jury omschreef hem als "een zeer interessante muzikale persoonlijkheid met onderscheidende ideeën over muziek. Een waar kunstenaar." Thomas treedt sinds zijn tiende jaar in binnen- en buitenland op. Hij geeft pianorecitals, maar treedt ook op als solist met onder andere het Residentie Orkest, Het Brabants Orkest, Amsterdam Sinfonietta en het Nederlands Studenten Orkest. Verder is hij een gepassioneerd kamermusicus. Hij maakt deel uit van de Amsterdam Chamber Soloists en is regelmatig te gast bij Camerata RCO, het kamermuziekensemble van het Koninklijk Concertgebouworkest. Zijn repertoire reikt van 16de-eeuwse muziek tot hedendaagse composities. Een speciale affiniteit heeft hij met Spaanse muziek.

PROGRAMMA
Franz Schubert
(1797-1828)
3 Klavierstücke D.946 ("Impromptus aus den Nachlass")
Nr. 1 in es kl.t.
Nr. 2 in Es gr.t.
Nr. 3 in C gr. t.

Johannes Brahms
(1833-1897)
3 Klavierstücke opus 119
- Intermezzo in b.kl.t.
- Intermezzo in e.kl.t.
- Intermezzo in C.gr.t.

pauze
Frederico Mompu
(1893-1987)
- Canción y Danze
uit: Impressiones Intimas uit: Impresiones Intimas: « Secreto »
- Prélude VII « Palmier d'Etoiles »
- El Lage
uit: Musica Callada: Nr. XXI
Manuel de Falla
(1876-1987)
- Fantasía Baetica

De 3 Klavierstücke D.946 van Schubert worden gedateerd, mei 1828, zes maanden voor de dood van de componist. Zij zijn pas in 1868 gepubliceerd (geredigeerd door Brahms). Sommige musicologen vinden dat de stukken niet tot de impromptus moeten worden gerekend, omdat de opzet hiervan afwijkt. Zij zien meer verwantschap met de Moments musicaux.

De 4 Klavierstücke Opus 119 schreef Brahms in 1893. Over het intermezzo in b-klein schreef Brahms aan Clara Schumann in mei 1893 onder meer: …Es wimmelt von Dissonanzen! Diese mögen recht sein und zu erklären – aber sie schmecken Dir vielleicht nicht…….Das kleine Stück ist ausnehmend melancholisch, und “sehr langsam zu spielen” ist nicht genug gesagt. Jeder Takt und jede Note muß wie ritard. klingen, als ob man Melancholie aus jeder einzelnen saugen wolle, mit Wollust und Behagen (…)!
Clara was echter zeer ingenomen met het stuk en noemde het een grijze parel.

Federico Mompou was geen componist van grote stukken. Hij is vooral bekend als miniaturist. Hij schreef korte, op improvisaties lijkende muziekstukken die als delicaat of intiem beschreven kunnen worden. In zijn eigen woorden was hij “een man van weinig woorden en een musicus van weinig noten.” De voornaamste invloeden op hem waren het Franse muzikale impressionisme, Erik Satie, Gabriel Fauré en Francis Poulenc.

De Fantasía Baetica schreef De Falla in 1919 in opdracht van Arthur Rubin-stein. Deze voerde het stuk voor het eerst uit in 1920. Baetica was de romeinse benaming voor Z-Spanje (ongeveer overeenkomend met het huidige Andalusië). Het stuk is duidelijk geïnspireerd op de flamenco: men hoort de klanken van de gitaar, de castagnetten en het stampen van de voeten.